Patrick Verstoep: De publieke sector werkt het best als talent er graag wil werken

In tijden van crisis wint de publieke sector aan belang, want zolang de samenleving blijft draaien is er vertrouwen. Als de bus maar rijdt, de scholen open blijven, zieken worden verzorgd en het afval wordt opgehaald. Maar alles staat of valt met de mensen die het werk doen, weet Patrick Verstoep, clustermanager bij de gemeente Maassluis.
‘Als het eropaan komt, hebben wij het goed geregeld in ons land. Gelukkig erkennen de meeste mensen dat ook wel. Juist nu we in economisch zwaar weer zijn beland, groeit de waardering voor de publieke sector. Terecht, vind ik. Als je voor de gemeente werkt, zorg je er namelijk voor dat er zoveel mogelijk blijft draaien. Voorzieningen die we allemaal nodig hebben krijgen groen licht op het gemeentekantoor: bouwprojecten, verkeer, infrastructuur, onderhoud van de openbare ruimte, bestemmingsplannen, zorg en welzijn, noem maar op. Dat wordt vaak vanzelfsprekend gevonden, maar er is veel kennis, inzet en expertise voor nodig. Mijn gemeente, Maassluis, is een relatief kleine organisatie. Er werken 240 mensen, waarvan 70 in de buitenruimte. Van al die mensen wordt verwacht dat zij de belangen van elk van de 33.000 inwoners dienen. Dat kan natuurlijk niet, maar toch voelen we ons verantwoordelijk voor het algemeen belang. Ik werk al negen jaar bij de gemeente en ben altijd weer trots op wat we voor elkaar krijgen.’

Zoeken naar ondersteuning

‘Een kleine gemeente als de onze is relatief kwetsbaar. Er werken hier veel éénpitters op het stadskantoor, die in hun eentje verantwoordelijk zijn voor een beleidsterrein. We streven ernaar dat projecten doorlopen en de ‘trein blijft rijden’, maar als er een personeelslid uitvalt merk je dat onmiddellijk. Er valt dan een gat dat snel moet worden opgevuld. Gelukkig kunnen wij terugvallen op de ondersteuning van Maandag, een detacheringsbureau dat ons al vele jaren bijstaat. Maandag heeft een groot netwerk van getalenteerde krachten waarover wij kunnen beschikken bij plotselinge krapte of voor interim functies. Daar hebben we veel aan. En dat is best bijzonder, want als je iemand moet vervangen wordt er nogal wat van je gevraagd. Je moet in staat zijn je snel in te lezen in het dossier dat iemand heeft achter gelaten. Je moet prioriteiten en pijnpunten herkennen, contacten met bestuurders aan halen, de politieke verhoudingen inschatten en snel schakelen. Bij Maandag begrijpen ze dat de juiste match alleen mogelijk is als je weet wáár iemand komt te werken. Haal je iemand binnen die meteen van start kan gaan, dan blijft de trein rijden.’

Uit het juiste hout gesneden

‘Wat Maandag goed doet, is dat ze de opdrachtgever vragen hoe de organisatie in elkaar zit en wat er speelt. Dat vind ik sterk, want het maakt nogal wat uit of je in een formele of informele organisatie komt te werken, in een grote gemeente waar je specialist bent of in een kleinere waar je generalist bent. Maandag komt vrijwel altijd met kandidaten die goed in de organisatie passen. Je zou zeggen: getalenteerde mensen met voldoende bagage kunnen overal terecht. Maar dat is niet zo. Je moet ook uit het juiste hout gesneden zijn. Juist bij de overheid moet je een antenne hebben voor politiek, bestuurlijke lijnen en belangen. We hebben het nog nooit meegemaakt dat iemand die door Maandag bij ons was gedetacheerd niet op zijn plek zat. De bijvangst is dat we mensen in huis halen die ook elders waardevolle ervaring hebben opgedaan. Hun inzichten kunnen een verrijking zijn voor de organisatie, zowel inhoudelijk als proces matig. Zo leren we van elkaar.’

Bron: Elsevier, editie 42, datum 17 oktober 2020