Daarom is het goed om te falen

Een sollicitatiegesprek verknallen, een black-out krijgen tijdens een presentatie of een belangrijke rapport niet op tijd af hebben: iedereen faalt weleens. Natuurlijk mag je er op zo’n moment flink de balen van hebben, maar lig er vooral niet wakker van. Mislukken is namelijk helemaal niet erg. Sterker nog: het is goed voor je.

Je krijgt meer veerkracht
What doesn’t kill you, makes you stronger. Cliché, maar waar. Tegenslag maakt jou weerbaarder; het leert je om jezelf bij elkaar te rapen na een mislukking en er vervolgens gewoon weer voor te gaan. Dit is een onmisbare eigenschap voor succes.
 
Je leert relativeren
Compleet afgaan voor je nieuwe collega’s of een belangrijke test verknallen: sommige scenario’s maak je liever niet mee. Totdat het wel gebeurt en je erachter komt dat het niet het einde van de wereld is. 
 
Je wordt nog beter
Het klinkt ideaal: nooit fouten maken. Maar als alles in één keer lukt, word je ook niet uitgedaagd om naar andere oplossingen te zoeken. Oplossingen die misschien wel nóg beter zijn. Zie falen dus vooral als een manier om het beste uit jezelf te halen.
 
Je ontdekt wat bij je past
Soms moeten we een flinke flater slaan om te beseffen dat we het verkeerde pad in zijn geslagen. Kortom: falen en mislukken helpt om te ontdekken wat écht bij je past.
 
Je zelfvertrouwen groeit
Wanneer je faalt, loopt je zelfvertrouwen in eerste instantie een deuk op. Maar als je merkt dat het je lukt om op te krabbelen en er uiteindelijk sterker uit te komen, geeft dat  je vertrouwen een enorme boost.
 
goed verhaal moet je zien volgens mij vertel ...